Brief aan mijn dochter

Ik zoek een enveloppe van A5-formaat. De brief aan jou verdient het niet om klein en opgepropt in een envelopje gestopt te worden. Maar helemaal gladgestreken en zonder vouwen voelt ook raar. Daarmee krijgt wat ik je wil zeggen te veel gewicht. Ik rommel door het bureau van je vader. De enveloppen liggen op keurig gesorteerde stapeltjes in de grote lade aan de voorkant. Postzegels ernaast. Hij vindt dat soort dingen belangrijk. Ik kies er één, noteer jouw adres op de voorkant en vouw mijn brief zorgvuldig precies in het midden. Voordat ik de brief erin stop vouw ik ‘m nog eenmaal open. Mijn hart reikt uit naar ieder woord dat ik je geschreven heb.
 
Een ondoenlijke opdracht
Ik heb er lang over gedaan deze brief te schrijven. Te lang. Ik had er al veel eerder aan moeten beginnen. Toen deze brief nog een pleister op jouw wonden had kunnen zijn. Mijn dochter. Ik zie het kleine meisje dat zo hard haar best deed om mij te plezieren. Stralend stond je voor me in de jurk die ik voor je gekocht had.
“Nee, die staat je toch niet. Kom we doen even iets anders aan.”  
Ik zag mijn teleurstelling gereflecteerd op jouw gezichtje.
Dapper probeerde je, “ik vind hem wel mooi hoor, Mamma.”
Natuurlijk gaf je niet op. Je wist niet dat je nooit kon voldoen aan mijn verwachtingen. Je moest een perfecte dochter zijn zodat ik een perfecte moeder kon zijn. Een ondoenlijke opdracht voor ons allebei maar dat had ik toen nog niet in de gaten. Je bracht me koffie op bed die ik niet opdronk, te zoet. Je ruimde je kamer op, “heb je ook het vuilnisbakje leeggemaakt?” Je knuffelde me als je dacht dat ik verdrietig was, “nu even niet, lieverd.” Uiteindelijk gaf je het op. Langzaam maar zeker keerde je je van me af.
 
Onbegrip
Je verfde je mooie blonde haar pikzwart en begon te roken. Je blonk uit in mislukking. Ik hoefde mijn teleurstelling niet meer onder stoelen of banken te steken.
“Ik begrijp je niet meer!” riep ik vertwijfeld toen je voor de zoveelste keer van school gestuurd was.
Spottend keek je me aan. “Nee, jij begrijpt wel meer niet, hè!?”
De herinnering beneemt me de adem. Ik zak neer op de stoel die bij het bureau staat en laat de brief op mijn schoot vallen.
 
Een overlijden
En toen overleed mijn moeder. Ik was er niet op voorbereid. Voor zover ik wist was ze jong en gezond maar ze bleek al jaren last te hebben van hartklachten. Van het één op het andere moment viel ze dood neer. Voortvarend nam ik de voorbereiding van de uitvaart ter hand.
 
Mijn moeder leefde alleen. Ze was gescheiden van mijn vader gescheiden toen ik een jaar of 10 was. Eigenlijk had ik niet zoveel contact met hem. Ik ging af en toe een weekend naar hem toe. Sinds ik volwassen was hadden we vooral nog telefonisch contact. Ik was dus heel verbaasd toen ik hem op de begrafenis tussen de andere aanwezigen ontwaarde. Hij bleef rondhangen tijdens de koffietafel, at een broodje en nam nog eens koffie. Het werd me duidelijk dat hij op me wachtte. Toen iedereen vertrokken was kwam hij bij me zitten. We spraken wat over de begrafenis en toen zei hij het.
“Het verbaast me dat je dit allemaal voor je moeder doet.”
Ik keek hem verrast aan.
“Ik heb het mezelf altijd kwalijk genomen dat ik bij jullie weggegaan ben. Ik had je willen beschermen maar ik kon het niet. Ik was te zwak.”
“Ik begrijp je niet,” stamelde ik.
“Je moeder was een moeilijk mens. Alles moest precies gaan zoals zij het wilde. We moesten blij zijn als zij vrolijk was, stil zijn als ze moe was. En jij was zo’n braaf kind, maar toch kon je het in haar ogen nooit goed doen. Zoals ze tegen jou tekeer kon gaan! Ik kon het niet meer aanzien en ben vertrokken.”
Ik? Een braaf kind? Zo herinnerde ik het me niet. Ik heb altijd gedacht dat ik een lastig kind was. Nog hoor ik mijn moeder kreunen op het toilet, ernstige buikkrampen als gevolg van de witte boterhammen die ze speciaal voor mij gegeten had. Dagenlang had ik erom gezeurd. “Maar iedereen heeft wit brood, waarom kunnen wij dat niet eens eten?” De smaak ben ik allang vergeten maar de gruwelen die mijn moeder door mij moest doormaken staan scherp in mijn geheugen gegrift.
 
Een ander licht
Plotseling scheen er een heel ander licht op mijn jeugd. Ineens werd ik de loyale dochter die wanhopig probeerde aan de hoge eisen van haar moeder te voldoen. Ik werd me bewust van de hoge verwachtingen die ik van mezelf had, als mens en als moeder.  En zo kwam ik ook bij jou uit. Ik zag jou als het meisje dat ikzelf was geweest, dapper pogend het haar moeder naar de zin te maken. Ik realiseerde me hoe sterk het van je geweest was om je eigen plan te trekken, hoe gezond om naar de andere kant van het land te verhuizen zodra dit mogelijk was. Meer dan ooit wilde ik jouw moeder zijn. Dat was het moment dat ik besloot jou een brief te schrijven.
 
Jouw moeder zijn
Ik vouw de brief dicht en stop hem in de enveloppe. Ik lik aan de gomrand en plak hem dicht. Hoewel het nog ruim voor 17.00 is, alle tijd om de brief te posten, doe ik gehaast mijn jas en schoenen aan. Met stevige passen loop ik de straat uit naar de brievenbus. Ik controleer nog eenmaal of het adres er juist op staat en of hij echt goed dichtgeplakt zit. Dan laat ik mijn excuses met een plofje in de bus vallen.  Voor het eerst in mijn leven voel ik me echt jouw moeder. Iemand die jou in bescherming neemt. Iemand die voor je zorgt. Ik hoop dat jij je een dochter zult kunnen voelen.

Hilde Brun.