Dag lief monster

Het oordeel van de Kantelboek schrijfwedstrijd jury:

Een prachtige beschrijving van een duivels dilemma. De paradox in de titel wordt op kwetsbare wijze uitvergroot en verklaard.

Mijn zoon Jules is weg. Zomaar opeens is hij verdwenen. Kwestie van één telefoontje en het was geregeld. Wil en ik wisten al twee jaar dat deze ontsnappingsclausule bestond: als het echt niet meer zou gaan, konden we naar het logeerhuis bellen voor crisisopvang.
Dat was een fijn idee. Wij zouden dat natuurlijk nooit doen, daarvoor was Jules veel te lief. En wij putten uit de natuurlijke energiebron die ouderliefde heet, dus wij konden nog jaren door met Jules.

Helaas hadden we buiten de omstandigheden gerekend.

Eerst kreeg ik last van mijn schouder vanwege overbelasting. “Rust houden”, grapte de dokter. Dus vanaf toen deed Wil al het sjouw- en tilwerk van onze zoon. Een maand later kreeg hij een tenniselleboog. “Niet belasten,” grapte de dokter.

Rond die tijd belde de school. “Ja, hij heeft een indicatie, dus we zijn als school verplicht hem op te vangen…” begon het gesprek weinig hoopvol. Toen wisten we nog niet dat de juf overspannen thuis zat. Maar dat lag niet alleen aan Jules, hoor!

De situatie op school had thuis zijn weerslag. Als Jules thuiskwam was hij boos. Als hij naar school moest was hij boos. Als we hem naar bed brachten was hij boos. En zijn woede, zijn agressie zaagde de poten onder ons geduld vandaan, sloeg onze hoop murw. Rust houden, niet belasten.

Eerst zaten Wil en ik nog een beetje tegen elkaar op te pochen in stressvolle situaties. “Ik ga nu de crisis bellen hoor!” Het ultieme zat-zijn van de situatie. “Doe maar!” was zijn antwoord vanaf zijn positie bovenop onze zoon. En dan kwam ik terug, vol ongeloof: “Je wil toch niet de crisis bellen?”

Maar vorige week pakte ik ineens toch de telefoon. Misschien kwam het doordat ik deze keer wel heel gemeen bloedende handen had.  Of misschien waren het Jules’ broers, die met hun hoofd onder een kussen op de bank lagen te huilen. Wellicht had ik een helder moment. Dus ik belde en we mochten hem brengen en het was allemaal heel verdrietig.

Maar het is het beste besluit dat ik toen heb kunnen nemen.

Toen Jules tweeëneenhalf was, hebben we ook een crisis gehad. Toen waren we ook op, maar hij is met wat kunstgrepen toch thuis blijven wonen. Ik ben heel erg blij dat we hem toen niet hebben laten gaan. In de vele gesprekken die ik met Wil heb gevoerd daarover, kwam steeds het volgende naar voren: “We willen dat hij gelukkig wordt. Maar niet ten koste van alles.”

De schaal gleed en gleed. Ten koste gaan is een rekbaar begrip. En Jules paaide ons met mooie momenten die we gretig aanpakten om ons aan te laven. Maar toen Jules de afgelopen twee weken stopte met  zijn parels door de dag te strooien, was het klaar.

En nu is het stil in huis. Heerlijk en verschrikkelijk tegelijk. Het verdriet komt op de raarste momenten, maar ik kwel mij niet met schuldgevoelens. Ik heb geen idee waar dit zal eindigen. Hij kan terugkomen, als wij bijgetankt hebben. Hij kan wegblijven als dat beter is voor iedereen. We kunnen een poldermodel weekend/doordeweeks proberen. Maar er moet wat veranderen. Anders kunnen we hem over een half jaar weer naar de crisisopvang brengen. Over één ding zijn we het eens: we moeten naar een langdurige oplossing zoeken.

Ik ga op ontdekkingstocht door een “normaal” leven. Voorzichtig nog, ik heb een wollen deken over mijn gevoel gelegd om het te beschermen. Ik verbaas mij over de vertraging in de dag. Ochtenden waarin ik nu opsta, hebben eindeloos tijd, je zwaait wat kinderen uit, kamt je haar, eet zittend je ontbijt, pakt een halve krant. Ik ben gewend om vanuit mijn bed in een soort achtbaan te stappen die me na een doldwaze rit bij de taxi brengt waar Jules voor acht uur van me weggetoverd wordt. Koude koffie slobberen. Oh, en ‘s avonds is de keuze verdwenen. Niet: of tijd om te schrijven, tijd om te lezen, tijd om te poetsen, tijd voor de broers. Het kan allemaal.   Ik betrapte mij eergisteren zelfs op verveling.

De tijd heelt alle wonden. En de tijd zal het ons leren. Ik neem pauze van Jules en hij van ons. Als de pauze over is, ontmoeten we elkaar weer. Ik zal hem missen. Maar ook weer niet.

Marjon Klomps



 

Over de schrijfster

Marjon Klomps
 

Marjon Klomps is docent en schrijver.
In 2015 won zij de Nijmeegse Literatuurprijs en in maart 2016 debuteerde zij met haar roman De lector. Marjon heeft drie zoons waarvan de jongste (2004) verstandelijk beperkt bleek. Sinds 2010 houdt zij over deze zoon een weblog bij (https://levenmetjules.wordpress.com