De brief

Het is een week na de begrafenis. Mijn broer haalt opa’s post uit zijn bureau, verdeelt het in stapeltjes en bergt het op in de juiste doos.
Achter in de bureaulade zit iets vastgeklemd. Voorzichtig duw ik het hout van de lade iets uit elkaar en trek met een pincet een beige envelop naar me toe. Er staat met een krullerig handschrift  Adiani  op geschreven. Nieuwsgierig haal ik er het in drieën gevouwen briefpapier uit. Het dringt pas tot me door hoe oud het is als ik er één zo voorzichtig mogelijk openvouw. Het postpapier is half vergaan en lijkt wel perkament. Hetzelfde krullerige handschrift als op de enveloppe.
 
Ik lees de eerste regels en ineens stokt mijn adem. Met een kreet laat ik alles uit mijn handen vallen. Ik sluit mijn ogen. Ik voel dat dit een belangrijk moment is. Ik moet het vasthouden, bewaren voor later. Als ik mijn ogen weer open, zit Alexander de brief aandachtig te lezen. Zijn ogen vliegen over de regels. Hij tilt zijn hoofd op, kijkt me doordringend aan en legt de vellen naast zich op de grond. Hij ziet bleek.
Ik buig me naar de grond en wil een velletje pakken.
‘Voorzichtig,’ snerpt zijn stem. Geschrokken laat ik het weer vallen.
‘Laten we rustig aan doen, wacht, ik zal je voorlezen.’ Ineens kijkt Alexander me fel aan. ‘Wist jij hier van?’
Ik schud mijn hoofd.
‘Echt niet, hè?’
Mijn lippen trillen, ik kan geen woord uitbrengen.
Hij lijkt me te geloven, staat op, gaat naast me op de bank zitten en laat me meelezen.
 
Amsterdam 12 juli 1917
 
Het staat er echt. De brief moet zo oud zijn als de datum aangeeft. Aan de kleine inktspettertjes te zien is de brief met een kroontjespen geschreven. Het handschrift is ouderwets, krullerig en zo keurig alsof het gedrukt is.
 
Lieve Moeder,
Sedert ik bij mijn nieuwe familie woon is dit de eerste keer dat ik vanuit het koude Holland de moed heb U te schrijven. Misschien herkent U het voorgedrukte briefpapier van de firma zoals Vader de tabakshandel bij herhaling blijft noemen?
Hoe gaat het met U? En hoe gaat het met mijn zusjes? Mijn gedachten zijn voortdurend bij U en geven mij een gevoel van machteloosheid dat ik zo ver weg zit en niet even om een hoekje kan kijken of eens een praatje kan maken.
Sedert Vader mij met mijn lievelingspaardje naar Nederland haalde, is er in mijn herinnering een groot en donker gat ontstaan. Ik wilde zo graag blijven.
Hopelijk heeft U zich niet al te zeer ongerust gemaakt toen ik zo plotseling, midden in de nacht, ben weggegaan zonder U vaarwel te zeggen.
Ik troost mij met de gedachte dat Toean U in goede handen heeft achtergelaten, maar het is een schrale troost en het spijt me ontzettend dat ik U in deze moeilijke tijd niet tot steun kan zijn.
Moeder, ik vrees dat ik U en mijn echte zusjes nooit meer terug zal zien.

 
Alexander laat de brief zakken en probeert mijn blik te vangen maar ik wend mij af.
O lieve opa.
Alexander haalt diep adem en leest langzaam verder:
 
Maar dat is nu al weer jaren geleden en nu kan ik U wel zeggen dat het goed met mij gaat. Nederland blijft tijdens oorlog gelukkig neutraal en het heeft tot nu geen gevolgen voor ons. Alleen klaagt Vader erg over de economische schade. Ik denk dat hij bedoelt dat alles veel duurder is geworden.
Ik hoop van ganser harte binnenkort een bericht van U te mogen ontvangen. Maar mijn innigste wens is dat het U goed gaat.
Ik stuur U mijn liefste groeten en natuurlijk ook aan mijn lieve zusjes, Soraya en Sutini.
Uw liefhebbende zoon,
Adriaan

 
Alexander leunt met zijn ellenbogen op zijn knieën naar voren, ogen gesloten. Zijn wenkbrauwen in een letter V. Ineens opent hij zijn ogen en duwt zijn bril recht. Zwijgend kijken we elkaar aan. 

Op de grond ligt een foto die ik niet eerder gezien heb. Alex is me voor, pakt hem op en bekijkt hem aandachtig. Er staat een beeldschone, Indische vrouw op met een klein aapje. Mijn wangen kleuren. ‘Mag ik?’
Voorzichtig geeft hij de foto aan. Met ingehouden adem strijk ik met mijn wijsvinger over haar gelaatstrekken. Ze geeft de aap op schoot een flesje alsof het haar eigen baby is. De foto is van dichtbij genomen en haar bevallige gezichtstrekken zijn duidelijk waarneembaar. Ze lijkt zich niet bewust van de fotograaf, lijkt te staren in het niets. Intuïtief begrijp ik dat dit zijn moeder moet zijn geweest, mijn overgrootmoeder. Ik draai de foto om, op zoek naar een datum, een stempel,  een ander kenmerk. Helaas, alleen vergeeld fotopapier met een gekartelde rand.
 
Ik voel dat het waar is wat ze zeggen, het klopt, zoals de meeste clichés; gedachten kunnen je treffen als een bliksemslag bij heldere hemel. Mijn hart gaat als een op hol geslagen hengst tekeer. Mijn gezonde verstand begint een link te leggen, logica die onlogisch is, mogelijkheden die onmogelijk zijn, een niet te bevatten scenario. In paniek knijp ik mijn ogen dicht alsof ik mijn gedachten zo kan stoppen.
Ik merk dat Alexander me nieuwsgierig gadeslaat maar als ik me naar hem toedraai, kijkt hij de andere kant op.
Ik leg de foto naast me neer en lees de brief nog eens. Wat moet die man geleden hebben. Wat een gruwelijke tijd. Ik voel diep medelijden met de jongen die hij toen was. Een kind van een Indische moeder en een Hollandse vader. Een kind van een njai. En niemand die het wist. Niemand. Het moet afschuwelijk zijn om gedwongen te worden over je eigen afkomst te zwijgen. Je oorsprong verloochen je niet. Maar er is iets heel anders wat me dwarszit. Uit alle macht probeer ik te negeren wat steeds duidelijker wordt. Maar het dringt binnen, onvermijdelijk, onafwendbaar, hoe hard ik ook mijn best doe het buiten te sluiten. De waarheid raakt me, recht in mijn hart en ziel. Ik denk aan al die verschillende mensen die, onafhankelijk van elkaar, aan mij vragen of ik Indisch bloed heb. Als ik naar Alexander kijk, zie ik opa. Dus toch.


 

Over de schrijver

Elma Noë

Elma studeerde Arbeidsmarkt Politiek en Personeelsbeleid. In 2010 debuteerde zij met de thriller “Game, set & match”. Momenteel schrijft ze een historische roman over een pedante, door machtshonger verteerde familie. Dit fictieve verhaal is deels gebaseerd op haar eigen familiegeschiedenis. Haar overgrootvader, de pionier Jacobus Nienhuys, was de grondlegger van de tabaksteelt aan de Oostkust van Sumatra, eind 19e eeuw.

Elma is werkzaam als media-adviseur bij een uitgeverij in Midden Nederland. Zij woont in het Gooi.