De ontdekking

Gekraakt
De dag dat mijn leven van koers veranderde was ongeveer zes maanden voor mijn geboorte. Op vierentwintig juni negentienachtennegentig, in Portugal. Op die dag veranderde er iets binnen in mij. Ik wist wat er aan de hand was, mijn ouders nog niet.
 
En juist op haar verjaardag zei mama tegen papa: “Marcel, ik voel haar niet bewegen.”
“Natuurlijk voel je haar nog niet bewegen, je bent net drie maanden zwanger schat. Over een maand is het anders.”
“Luister Marcel, bij de zwangerschap van Machiel had ik niet zo’n raar voorgevoel. Ik ben bang. Als we terug zijn van vakantie wil ik meteen weer een echo.”
“Je maakt je zorgen om niets, Michelle. Meisjes zijn nu eenmaal verschillend van jongens. Kleine vrouwtjes bewegen van nature minder.”
 
Ik merk dat mama zachtjes met haar hand over haar buik wrijft. Het voelt fijn. Haar voorgevoel klopt, maar sommige dingen kun je beter nog niet weten. Het is mijn geheim. Ik zou van alles tegen haar willen zeggen. Ook wat er werkelijk aan de hand is. Maar de tijd is nog niet rijp. Ze gaat het binnenkort vanzelf ontdekken.
 
We zijn met zijn allen op vakantie in Portugal. Opa en oma zijn daar gaan wonen na hun pensioen. Het is de verjaardag van mama en ook een nationale feestdag. Het Festa de São João wordt gevierd, de geboortedag van Johannes de Doper. Op die dag worden veel kinderen gedoopt. Het kustplaatsje is versierd met bloemen en de dorpsbewoners hebben hun mooiste kleren aan. De meisjes in bruidsjurkjes en de jongens in colbertjes. We staan met zijn allen te kijken naar de processie die langzaam voorbij schuift. Een stoet bewoners loopt met beschilderde houten beelden van dorpsheiligen,  zoals Johannes de Doper in een geelbruin gewaad en Maria in lichtblauwe en gele tinten, beiden getooid met een gouden stralenkrans. De karavaan is op weg naar het dorpskerkje dat helemaal bekleed is met azulejos, kleine azuurblauwe tegeltjes.

“Weet je Machiel,” zegt papa, “jij bent in dat kerkje daar op dat heuveltje gedoopt.”
“Waarom ben ik gedoopt?”
“Oma en opa en mama vonden dat belangrijk. Het zuivert je ziel.”
Papa keert zich om naar mama: “Zeg Michelle, waar komt de ziel eigenlijk vandaan? Ontstaat de ziel op het moment van bevruchting?”
“Waarom vraag je dat?”
“Ik dacht na over wat je vanmorgen zei. Toen je je ongerust maakte.”
“Wat bedoel je precies?”
“Eigenlijk verwonder ik me over het begin, hoe uit een klein celletje in jouw buik een prachtig kind groeit, met een eigen wil, een eigen ziel en ik vraag me af of je bewustzijn er dan ook meteen is.”

Papa zit op het goede spoor, ik moet niet vergeten hem dat later nog allemaal te vertellen. Het leven is geen boek met een begin en een eind. Het begint veel eerder. Je levensimpuls start niet bij de conceptie, maar die ligt verborgen voorbij de werelden die we kennen.

Die avond ga ik met mama naar het strand. Ze kijkt naar haar buikje, het is nog niet echt gegroeid, het is meer een klein heuveltje, met op de top haar navel. Net een kleine vulkaan. Ze gaat zitten op het trapje bij het kiezelstrand. Cipressen trekken lange schaduwen over de zanderige kustweg. Mama kijkt naar elke golf van de Atlantische Oceaan die aanrolt en stuk slaat op het strand. Ze kijkt naar de horizon, de zon zakt met een oranje gloed langzaam in de zee, het wordt morgen een mooie dag. Vogels doorkruisen de strakke kustlijn, net als de emoties die nu door haar lichaam gaan. Ze is bang voor de toekomst van mij, ze aait over haar buik en zachtjes zingt ze een slaapliedje voor me.
 
Tijdens die vakantie op die dag in Portugal gebeurde er iets met mijn hersenen. Door een ondoorgrondelijke gebeurtenis werd er een soort van labyrint aangelegd. Een constellatie waar hoogleraren zich later over verbaasden. Mijn hersenen hebben hun eigen plek onder mijn schedeldak niet goed gevonden. Ze noemen het corticale dysplasie. Ik denk dat het zo bedoeld is. Papa zei jaren later, toen hij röntgenfoto’s van mijn hersenen zag: “Het is de doolhof van een verlichte geest.”
 
Het is negenentwintig december van het jaar negentienachtennegentig. Over een half uur zal ik geboren worden met behulp van een keizersnee. Ik lig in een stuitligging, met mijn billetjes naar beneden.
Mama ligt al een paar dagen in het ziekenhuis.
“Ik blijf ongerust, Marcel”, zegt ze. “Ik weet, de echo’s waren goed, maar toch blijf ik bang ... hou mijn hand eens vast.”
“Soms begrijp ik je angsten niet” zegt papa terwijl hij haar hand vastpakt. “Jij voelt haar toch elke dag groeien? Ik begrijp dat dit anders is dan de zwangerschap van Machiel. Hij was een voetballertje in je buik, hij schopte je bont en blauw. Dit kindje is anders, het is een meisje, zij groeit in stilte.”
“Marcel, jij ziet altijd het positieve in van dingen. Je hebt me door die hele onzekere periode gesleept, de zwangerschap van onze eerste. Jij vertelde me in volle overtuiging dat er een meesterwerk in wording is.”
“Als ons nieuwe kindje geboren is en we haar in onze armen kunnen sluiten, dan hebben we een jongen én een meisje. Onze koningswens.”
 
“Weet je nog, toen Machiel werd geboren … twee weken nadat ik was uitgeteld … je vond me bewusteloos op de badkamervloer in een plas bloed. Weet je nog?”
“Ja, je placenta had losgelaten. Nadat ik 112 had gebeld gingen we met gillende sirenes in een ambulance naar het ziekenhuis. Je kreeg meteen een infuus, het bloed liep er harder uit dan het erin kwam.”
“Ik werd meteen ingeleid, want anders zou het slecht zijn voor het baby’tje, en toen werd Machiel geboren ...”
“Waar dénk je nu aan?”
“Ze vertelden dat ik eigenlijk nooit meer een kind zou mogen krijgen, dat het te gevaarlijk was met die placenta …”
 
Ik had er dus zomaar niet kunnen zijn, maar ik bén er wel. Ik word geboren met een keizersnede en kus de wereld wakker. Ik zie mijn mama, mijn papa en mijn grote broer. Machiel pakt mij vast en zegt dat ik van die kleine handjes heb en zo’n klein hoofdje. En dan geeft hij me een kusje op mijn wang.
 
Nawoord
Dit is het eerste hoofdstuk van het boek over het leven en de uitdagingen van Mayim, onze ernstig gehandicapte dochter. Samen met haar schrijf ik dit boek. Al twee jaar zijn we bezig. De interviews duren lang. En het op schrift zetten, door ons enorm drukke mantelzorgleven, is al helemaal een worsteling. Het zal zeker nog twee jaar duren voordat het af is. Dan is Mayim achttien jaar.


 

Over de schrijvers

Marcel Kolder (1958)

Marcel, alias kanteldenker, is het energievretend onderdeel van Nederlands leukste gezin. Zijn zwaar gehandicapte dochter Mayim is door zijn toedoen rolmodel in het nieuws. Hij gaat voor behoud van eigen regie bij mensen met een levensbrede en levenslange zorgvraag. Marcel is naast schrijver en blikverruimer ook ondernemer met als speerpunten de creatieve maakindustrie en reputatiemanagement. Kijk voor het kantelen op www.kanteldenker.nl en zijn bedrijf www.minimono.nl


Mayim Kolder (1998)

Mayim houdt voorzichtig haar eerste blogje bij onder www.mayimkolder.nl.