Eindelijk thuis

Langzaam puft een rijnaak door de Maas. Diep gelegen, waarschijnlijk vol met graan. De golven klotsen tegen de basalten van de kribben. Het klotsen zwelt aan en neemt weer af tot een laatste ferme golf over de stenen slaat. De zon weerkaatst in het nu weer kabbelende water en de natte basalten krijgen snel hun droge doffe kleur terug, wachtend op een volgende aanval. Ik tuur over het water. Aan de overkant ligt Poederooien als in het over-Jordaanse. Dagen heb ik zitten vissen met mijn vader. Van vangsten kan ik me weinig herinneren. Het is gewoon fijn om met papa aan het water te zitten. Uren kijken naar de dobber. Tot ik geen verschil meer zie tussen het water, het wier, mijn dobber, de weerkaatsing van de zon. Het leven kon zo eeuwig duren, zo vlak naast papa met zijn grote behaarde armen en handen. Veilig bij hem aan het water.
 
Als het onweer
Doodstil lig ik in mijn bed. Ik hou mijn adem in. Ik stop mijn hoofd onder de dekens. Ik wil niets horen, ik wil er niet zijn, ik ben er niet. Het is als het onweer. Eerst ver weg, dan weer dichtbij met grote flitsen en harde knallen. De zware stem gaat langzaam overuren maken, de bas wordt dieper, alsof de aarde gromt, bromt en elk moment uit elkaar kan spatten en mij kan wegslaan in het niets.
Mijn weken zitten volgestopt. Twee keer trainen, op zaterdag voetballen, twee avonden stappen, twee avonden met de jeugd van de kerk. Aan een avond thuis kan ik niet ontsnappen. Roerloos zit ik dan voor de tv. Geen verkeerde zender, geen VPRO, nergens commentaar op geven, stil zijn. Op deze manier is het leven goed vol te houden. Voetbal is leuk, uitgaan is leuk, zuipen is leuk en meiden zijn nog leuker. Om geen blauwtjes te lopen blijven de meeste meiden in de fantasiesfeer hangen en slechts met een flinke slok op durf ik wat risico’s te nemen. Steeds meer is het bier nodig om de avonden en nachten gezelliger te maken. Ik leef van weekend naar weekend met voetbal, veel drank en af en toe een meisje. Feesten is genieten en mijn slaapkamerdeur is gesierd met de slogan: ‘Hoe meer men weet, hoe minder men kan lachen’. O ja school is er ook nog, twaalf scholen, dertien ongelukken…..
 
De onrust neemt toe
Na een mislukte relatie van vijf jaar, alweer drie jaar getrouwd met een net christelijk meisje, ontmoet op een studie theologie in Utrecht. Een baan als personeelsadviseur op een gemeentehuis en twee leuke kinderen van nul en twee jaar, begint het al weer te kriebelen. Er moet een andere baan komen, wat is een huwelijk saai en wat zijn vrouwen onbegrijpelijke wezens.
De onrust neemt toe. Ik word paniekerig. Ga hyperventileren, krijg paniekaanvallen. Ik loop de ene na de andere therapeut af. Hoe alternatiever hoe beter. Maar ik word er niet beter van. Het leven wordt een chaos. Mijn vrouw is de wanhoop nabij, de kinderen zijn me teveel, het werk lukt niet meer… Is er nog uitkomst? Ik bid de hemel plat, heb een psychotische ontmoeting aan een hemels avondmaal met het oude huiselijke gezin: iedereen eet in vrede met elkaar en met de Heer. Fantasie en werkelijkheid zijn soms moeilijk te scheiden.

De verloren zoon
Ik doe reuze mijn best. Ik moet me optimaal gelukkig kunnen voelen zonder te presteren. Ik moet toch gewoon gewaardeerd worden om mijn zijn? Niet om mijn prestaties!? Ik bid, mediteer, lees en voel me diep ellendig. Geen verlossing.
Dan lees ik ‘Eindelijk Thuis’, Gedachten bij Rembrandts 'De terugkeer van de verloren zoon' van Henri Nouwen. Ik herken me volledig in het boek. Eerst voelde ik me de jongste zoon die zijn erfdeel opeist en gaat feestvieren. Ik ging feesten om niet de pijn te voelen van een afwezige en weinig liefdevolle vader. Dan maar feestvieren, alles er door jagen, alles benevelen met alcohol. En me steeds weer diep zondig voelen.
Daarna ben ik me als de oudste zoon gaan gedragen. Vol ijver, die keuzes makend waarvan ik verwachtte dat ze de goedkeuring van mijn vader kregen. De juiste studie, baan, vrouw. Hard werken, braaf zijn, maar van binnen een gespleten gevoel: wrok tegenover mijn vrouw, mijn vader, God, alles en iedereen.
 
Zien en accepteren
Dan de openbaring: op weg naar het vader zijn. Volwassen worden. Mezelf zijn. Mijn kwaliteiten, mijn ontwikkelkanten, mijn ontbrekende kwaliteiten in de ogen zien en accepteren. Dat ging niet van de ene op de andere dag. Dat was een jarenlang proces. Halverwege dit proces kreeg ik een roeping. Ik had een droom in de nacht voor mijn verjaardag. Ik zag de hemel en zag dat Henri Nouwen daar was. Hij vroeg mij persoonlijk om zijn werk voort te zetten. Hij kon het niet meer. Nog voor het app tijdperk en snelle multi(social?) media, zag ik op maandagochtend in mijn lijfblad Trouw, dat Henri Nouwen was overleden op 21 september, op mijn verjaardag. Een knipoog van God.
Een paar jaar later werd mijn geestelijk bijzonder zwakke zus ernstig ziek. Ik gaf haar het boek ‘Eindelijk Thuis’, waar zij veel in las. Bij haar herdenkingsdienst vertelde de predikant dat dit boek voor mijn zus de doorgang naar de eeuwigheid had geplaveid. Ik huilde gelukkige tranen.
 
Het kabbelende water
Ik heb nu, jaren later, vrede met mezelf en ik heb het werk van Henri Nouwen voortgezet: mensen op weg helpen naar hun eigen thuis.
De veranderingen in mijn leven zijn soms plotseling gegaan, soms snel en soms langzaam. Dat was afhankelijk van mijn persoonlijke kracht, mijn verdedigingsmechanismen, mijn lastige slimheid.
Mijn vader is terug aan het kabbelende water, ik zit naast hem, vol vrede. Mijn levensnukken zullen blijven enne.. daar ben ik best blij mee, ook al doen ze af en toe pijn. Voor mezelf of voor mijn omgeving. Mijn vrouw en mijn zonen hebben mij uitgehouden. Net als ik.


 


Over de schrijver

Teun van Noorloos

Teun van Noorloos is Beleidsmedewerker Jeugd en Onderwijs bij de gemeente Oldebroek. Hij heeft diverse bestuursfuncties bekleed als voorzitter, secretaris, redactielid, jeugdleider, trainer,  binnen sport- en spelverenigingen, religieuze-, belangen- en ambtelijke organisaties.
 
Als liefhebbende moralist durft hij meer en meer zijn kop boven het maaiveld uit te steken en is niet verwonderd dat hij dan af een toe een draai om zijn oren te krijgt.