Gekraakt

Gekraakt
Donderdag 17 juli 2014.
Ik kom thuis van m’n werk, kwart over zes. Voor het eten kijk ik nog even snel op teletekst pagina 107 ‘VLIEGTUIG NEERGESTORT IN OEKRAÏNE.’ In een naïeve vlaag denk ik “dat is de derde al deze week. Maar… waarom staat het eigenlijk in hoofdletters?”
 
Pagina 107: ‘een passagiersvliegtuig van Malaysia Airlines met vluchtnummer MH17 dat rond het middaguur vertrokken is vanuit Schiphol richting Kuala Lumpur is neergestort in Oekraïne.’
 
“José, hoe laat zijn Petra en Erik vanmiddag vertrokken naar Bali?”
“Gisteravond bij je moeder zei ze dat ze om 12.00 uur zouden vertrekken. Waarom vraag je dat?” Onderzoekend kijkt mijn vrouw me aan.
“Nee niks. Wilde ik even weten. Heeft ze nog vluchtgegevens achtergelaten?”
“Geen idee, die stuurt ze meestal naar jou of je broers.”
Ik check de middagvluchten vanuit Schiphol naar Bali. Eén om 11.45 met tussenlanding in Singapore en één om 12.00 uur met tussenlanding in Kuala Lumpur.
Ik bel mijn oudste broer. “Hoi Ton. Als jij richting Bali vliegt waar heb je dan een tussenlanding? Singapore toch?”
“Nee hoor. Altijd op Kuala Lumpur. Waarom?”
Ik vloek hartgrondig en vertel mijn broer van mijn vermoedens. “Ik denk dat Petra en Erik gecrasht zijn. Heb jij de vluchtgegevens? Het verongelukte vliegtuig is MH17.”
“Waar heb je het over?”
“Kijk maar op teletekst, ik bel je zo terug.”
Snel bel ik mijn jongste broer.
“Walter, heb jij vluchtgegevens van Petra?”
Hij reageert geschrokken.
“Je gaat toch zeker geen link leggen met dat vliegtuig in Oekraïne?”
“Ik ben bang van wel, Walt.”
“Oké, dan zal ik de kinderen van Petra bellen, zij hebben vast de vluchtgegevens. Zeg, hoe zeker ben je eigenlijk?”
“Nagenoeg zeker.”
“Oh God, oh God.”
 
Walt belt terug. Ook de kinderen van m’n zus, 18 en 21 jaar, hebben geen vluchtgegevens. Ze krijgen wel de schrik van hun leven. Nu moeten we snel schakelen. Ton gaat op zoek naar formele bevestiging, ik check nog even wat uitgebreider het nieuws, wat mijn vermoeden verder bevestigt. Walter haalt de kinderen op en ik besluit om mijn moeder van een feest te halen.
 
Een kwartier nadat ik het bericht op teletekst heb gelezen bel ik in de auto mijn moeder.
“Mam, hoe is het op het feest?”
“Erg leuk. Ik wilde je al bellen. Je hoeft me niet op te halen, ik word thuisgebracht.”
“Mam, ik ben al onderweg, ik kom je toch ophalen.”
“Nee, draai maar om, ik wil graag nog wat langer blijven”.
“Mam, ik ben over 10 minuten bij je, het spijt me.”
“Is er iets dan?”
“Tot zo.”
 
In de auto stort haar wereld in. Acht maanden na het overlijden van haar man, mijn vader, verliest ze ook haar enige dochter. Haar dochter die iedere dag even belt en  vrouwelijke probleempjes met haar bespreekt. Mijn moeder is een erg sterke vrouw. In de auto blijft slechts een ontroostbaar hoopje intens verdriet over. Ik weet me geen houding. Ik sla een arm om haar heen en doe verder niks. 

Vrijdag 18 juli 2014.
Gedurende de nacht krijgen we de bevestiging, Petra en Erik staan op de passagierslijst.
 
Dan komt, na een slapeloze nacht, langzaam het besef.
De vrijdag is een hel. De pijn, de leegte, het verdriet, geen actie, geen afleiding. Ik fiets wat rond met tranen in m’n ogen en vol onbegrip dat er nu nog mensen voor een winkel met elkaar staan te lachen. Zien jullie mijn pijn dan niet? Wat een intense hel.
 
Mijn zus was hoogopgeleid, gescheiden, had een drukke baan en heeft twee kinderen opgevoed tot volwassen mensen. Sinds anderhalf jaar had ze weer een vriend.  Ze was twee jaar jonger dan ik, samen opgegroeid en gepuberd. We hielden van elkaar maar konden ook stevige meningsverschillen en felle discussies hebben. Maar broeder-zuster liefde en wederzijds respect wonnen altijd.
 
Een jaar verder.
Ik ben milder geworden, zachter, liever. Dat vind ik niet alleen zelf, dat wordt mij ook verteld.
Gevormd in de harde commerciële ICT-wereld had ik naast mijn gezin, mijn werk en hobby’s nauwelijks tijd en aandacht voor het échte welzijn van mensen. Begrafenissen en crematies waren noodzakelijke bezigheden. Troost bieden deed ik oppervlakkig, gespeeld. Ik had er geen tijd voor vond ik. Collega’s, ziek of overwerkt, vond ik eerder lastig dan dat ik echt geïnteresseerd was.    
 
Tot dit intense verdriet me overkomt. Dan blijken er ineens mensen die wél de tijd nemen om naar mijn verhaal te luisteren, die oprecht betrokken zijn en dat ook blijven. Ook na de derde keer dat ik het verhaal vertel. Ik ontdek dat praten heelt, dat je móet vertellen, anders ga je kapot van verdriet. Ik ontdek het verschil tussen oprechte en gespeelde interesse. Ik schaam me diep voor mijn verleden.
 
Mijn zus was de spreker van de familie. Bij gelegenheden en feesten, zij sprak. Ik zou willen dat ik het ook durfde. En plots is ze dood… wie gaat er nu spreken?
Ik dus. Ik spreek voortaan. ‘Ons Peet’ het zelfgeschreven gedicht dat ik voordraag tijdens de  herdenkingsbijeenkomst. Serieus en ook met humor. Dat was ook háár kracht. Onze humor. Voor de crematie schrijf ik het gedicht ‘Ze zijn weer terug’. Bang, nerveus, trillend met mijn handen draag ik het voor. Petra zal trots zijn.
 
Ik ben voortaan oprecht geïnteresseerd in het welzijn van mijn directe omgeving. Ik luister beter naar vrienden dan voorheen. Ik heb geleerd dat luisteren, aandacht geven en aanwezig zijn veel belangrijker is dan het bieden van oplossingen. Ik loop niet meer om andermans verdriet heen maar ga in gesprek. Het blijkt iedere keer enorm gewaardeerd te worden. Net zoals ik het waardeer als vrienden en collega’s dat bij mij doen.
 
Vrijdag 17 juli 2015.
Het komt allemaal weer terug. Via media en mijn directe omgeving. Het is weer een zware dag. Ik krijg kaartjes en appjes. Wat zijn die belangrijk. Ik ben erg dankbaar.
 
Mijn zus lacht zich nu een ‘ongeluk’. Het is haar gelukt. Hans is gekanteld. “Ik heb ons Hansje gekraakt, is het niet goedschiks dan maar kwaadschiks via dit ongeluk.”
 
Zucht…. Ook om deze laatste zin had ze enorm kunnen lachen. Onze humor.
  
We kunnen nu afsluiten
Bij iedere herdenking werd de korst weer van de wond getrokken
Opnieuw ging het bloeden, opnieuw deed het pijn
Voor ons, maar nog erger voor de kinderen en onze ouders
Gelukkig, we kunnen afsluiten
De wond kan nu helen
Wat overblijft is een litteken en dat is goed
Een litteken dat blijft, dat we altijd bij ons zullen dragen
Een litteken dat we straks gaan koesteren
Want dit litteken zal ons altijd blijven herinneren aan twee prachtige mensen

 
Fragment uit het gedicht ‘Ze zijn weer terug’
MH17


 

Over de schrijver

Hans van Eldijk (1960)

Werkzaam in de ICT en Facilitaire dienstverlening.
Bedrijfskundige met als specialisatie het implementeren en verbeteren van bedrijfsprocessen. Moderne manager en veranderaar.
Fanatiek fietser in al zijn facetten. Van vakantiefietser, racefietser, mountainbiker, veldcrosser tot woon-werk fietser.