Schakelen

Het oordeel van de Kantelboek schrijfwedstrijd jury:

Door het perspectief en de staccato stijl dreunt het verhaal nog een hele tijd na. Een mooi beschreven 'omkering van alle waarden': in plaats van een dood-schrik de leven-schrik.

“U hebt een tumor”.
Ik schrik nooit ergens van. Nu ook niet.
“In de dikke darm”. Hij kijkt me aan, ik kijk hem aan. “Het is kwaadaardig”.
Hij kijkt me aan, ik kijk hem aan. Stilte, waar ik zo van hou.
Bijkomen na een endoscopie, net voor de kerstdagen.
Ik drink thee met suiker en eet drie volkoren meelkoekjes. Dat doe ik anders nooit.
“Dat is een beste dreun”. De stem van mijn vrouw.
“En nu?”
 
“Pa … toon je emoties es. Waarom …?” Dochter huilt. Ik voel haar pijn.
2e kerstdag, fonduen met zoon en dochter met aanhang en beide kleinkinderen.
De nuchtere realist overziet, geniet. Dat is mijn emotie. Ik heb kanker. Wàt kanker.
Iets waar ik geen grip op heb, niets aan kan doen. Ik wil me er niet mee bezig houden. Ik accepteer wat ik heb. De kanker heeft mijn lichaam, maar niet mijn geest.
 
Twee dagen voor oud en nieuw. “Ik heb geen goed nieuws”. De chirurg is kort en duidelijk. “U hebt ook uitzaaiingen in de lever en in de buik. Tegen de aorta. Wij kunnen hier niets voor u betekenen maar willen u wel doorverwijzen”. Er volgt uitleg, dat palliatieve geneeskunde ook nog diverse mogelijkheden heeft.
Oké, helder. Over tot de orde van de dag. De dag van vandaag. Vandaag leven. Gisteren en daarvoor is geweest en morgen of er na zien we wel. Maar, hoe nu met mijn vrouw, de kinderen, kleinkinderen, het hondje en de poezen.
Wat erg voor hen. En straks … Hoe moet dat dan. Ik wil nog een paar kanaries.
Voor als ik van de zomer nog achter het huis kan zitten.
Ik wil vogels horen zingen.
 
De nachten zijn kort. Dwalen met mijn grote steun Gijsje, ons hondje. Ik schrijf een gedicht na een van mijn nachtelijk dwaalmomenten.
“De laatste tijd zijn de nachten kort,/en niet erg donker./ Het is even over drie, en
vrijdag/ stond op het medicijnendoosje./ Wij lopen buiten,/ Gijsje en ik./ Bedompt
denken,/ in een Nieuwjaarsochtendlucht./ De geur van allesbranders./ Het fietspad in
druppend groen,/ lantaarnlicht van tijdloze dagen./ Een roodborstje zingt./ We blij-
ven staan, luisteren./ Ergens kraait een haan./ Drie keer./ Waarom moet ik nu huilen”.
 
“Gelukkig nieuwjaar, de allerbeste wensen”.
Een nieuw jaar, nieuwe dagen. Voor hoelang.
 
“We kunnen niet opereren. Er zit geen ruimte genoeg tussen de uitzaaiingen en de aorta. We proberen eerst chemo’s. Al geeft dat geen garanties”. Ook deze chirurg zegt het zoals het is. Hier hou ik van.
 
“Loopt u maar mee”. De oncologieverpleegkundige wijst. “Dit is de chemokamer. Hier krijgt u het infuus, aan het begin van de chemokuren. Kijkt u maar rond”.
Ik treed binnen in de wereld van infuuspompen en slangetjes. De stilte van de drupjes. Zes paar ogen monsteren mij. Vragend, zoekend, berustend, nietsziend.
Ik kijk weg. Wil ik dit? Moet dit?
“Nou …” De diepe zucht van mijn vrouw op de gang. “Dat is duidelijk … niet?”
Ze pakt mijn hand.
Ik zeg niets, heb zo met haar te doen.
Ik ben niet boos, niet bang, niet verdrietig. Geen zombie op de bank, die naar buiten staart. En niks gevecht tegen kanker. Hou op. Dit is gewoon het leven. Zoals het komt. Ik kàn niet verliezen. Nóóit. Mijn geest is sterker, ver verheven boven het lichaam, de kanker. Ik ga dood. Moment en tijdstip niet bekend. Kom maar op.
Het leven eindigt pas als ik stop met ademhalen.
Maar wat als … Mijn vrouw en kinderen. En het beestenspul. Wat moeten zij.
.
Chemo’s, verwoestend. Ik ben mijn lichaam niet meer.
“Niet meer acceptabel,” zegt de oncologie verpleegkundige. De internist stelt voor om de zesde chemo niet te doen. Maar wat moet ik? Heb ik keuze?
Ja. Mijn geest beslist. Alles is van voorbijgaande aard. Doen.
 
Vierentwintig uur per dag is ze er. Staat ze klaar. Bezorgd. Verzorgt ze mijn on-
macht. “Het gaat goed komen”. Mijn grote liefde. Zo sterk. Wat doe ik haar aan.
 
De scan van de waarheid. Telefoon, een uur erna. “Ik heb goed nieuws en niet zo
goed nieuws. De kanker is gekrompen, hier en daar weg. Maar u hebt twee plekjes
op de longen. Longembolie. Komt u even bij spoedeisende hulp langs? Men wacht
op u”.
Gloeiende, dat is wel het laatste wat ik wil. Nu de pijp uit gaan aan longembolie.
“We nemen u op”. De arts van spoed kijkt me aan. “Niet op gerekend?”
“Nee, ik ben op de fiets van mijn vrouw. In verband met mijn evenwicht”. Grote ogen.
Ik wil naar huis. Voor schone onderbroeken en het is de fiets van mijn vrouw.
Onderweg koop ik me twee zoute haringen. Lekker.
 
“We gaan u opereren”. Uitleg. “We maken u los, van borstbeen tot schaambeen”. Er
wordt getekend. Even flitst een varken op de ladder voorbij. De chirurg belooft niet te
drinken en op tijd naar bed te gaan voor de operatie, en grijnst. Geweldig. Humor.
 
Ik ben er klaar voor. Laat maar komen. Bang? Nee. Haha, waarvoor? Ik heb kanker.
 
Veertien dagen na de operatie. “Ik heb goed nieuws”. De arts kijkt me aan, lacht en
pakt mijn hand. “Gefeliciteerd, u bent schoon”.
Praten gaat niet meer. Ik slik en slik.
“Hè, dat mocht ook wel eens een keer”. De grote ogen van mijn vrouw.
We zien water branden.
De achtbaan staat stil. Hoe kan dit nou. Wat nu. Uitstappen.
 
Mijn wereld op zijn kop. Iedereen is blij.  
Ik ben mijn zekerheid kwijt. Mag niet dood. Weer goed oppassen met oversteken.
 
Het moet zo zijn. Voor de kerstdagen. Een endoscopie en een bloedonderzoek.
“Alles perfect, ziet er goed uit. Nieuwe afspraak over drie jaar”.
“Uw longen zijn schoon, u hoeft niet meer te spuiten”. Ook de internist wil me niet weer zien. Weg longembolie.
 
Laat me even. Ik staar naar mijn handen. De regie. Laat me even niks 'moeten'.
 
2e kerstdag, fonduen met zoon en dochter met aanhang, en beide kleinkinderen.

Opa huilt.



 

Over de schrijver

Jan de Jong (1951)
 

Schrijft in de Groninger streektaal. Gedichten, korte verhalen, novelles en streek-
romans.                                      
Publiceert  vanaf 2007 in de tijdschriften Krödde (literair tijdschrift) en Toal en Taiken
(cultuurhistorisch streektaalblad
Schrijft columns voor Webloug (Huis van de Groninger cultuur).           .
In 2011 verscheen het boekje Kwoajonges (Profiel).
In 2015 verscheen de novelle Ain van Boeskool (Stichting t Grunneger Bouk).
Daarnaast treedt hij op bij dichtersfestivals, verenigingen en lokale radiostations.